Trendanalyse als kompas: zo blijft MRA-netwerk DIM op koers

Datum: 03 mrt 2026 Auteur: Irma Puma

Sinds de naams- en koerswijziging in zomer 2025 heeft MRA-netwerk DIM hard gewerkt aan een reeks concrete activiteiten: producten, leertrajecten en praktische handreikingen waarmee onze partners aan de slag kunnen met hun mobiliteitsbeleid. Het meeste daarvan is afgerond, een deel zit in afrondende fase. Nu ligt de logische vraag voor: wat pakken we hierna op? Om die keuze scherp te kunnen maken, lieten we een trendanalyse opstellen door adviesbureau Goudappel. Als kompas voor de volgende stappen, en als check: liggen we op de juiste koers? Voor onszelf, en gemeenten en provincies waarmee we samenwerken.

Er gebeurt veel op het gebied van mobiliteit, maar met welke dingen moeten we ons nou bezig houden? Die vraag is herkenbaar voor veel beleidsmakers. Mobiliteit verandert immers snel onder invloed van nieuwe technologie, Europese eisen, groeiende bevolking en een flinke woningbouwopgave. Gemeenten en regio’s hebben vaak niet de capaciteit om al die ontwikkelingen te volgen, laat staan erop te handelen. Tenslotte moet het dagelijkse verkeer ook gewoon blijven functioneren. ‘Daarom hebben wij die ontwikkelingen als het ware afgepeld’, zegt Martijn de Kievit, projectleider en adviseur bij Goudappel. ‘Welke ontwikkelingen moet je in de gaten houden? Waar moet je nu echt bij zijn? En welke zijn interessant, maar misschien voor later? Die informatie hebben we in het trendrapport in kaart gebracht.’

Brede blik

Voor het netwerk is het een logische keuze om dit samen met Goudappel te doen. Want niet alleen werken we nauw samen met dit adviesbureau, vanuit onderzoek en praktijk volgen zij voortdurend wat er speelt op het gebied van mobiliteit. Procesmanager en kernteamlid Pim Stevens: ‘Voor ons was die brede blik belangrijk, maar er moest ook een vertaling naar de praktijk van gemeenten en provincies worden gemaakt. Daarom was het belangrijk dat Goudappel keek naar trends met handelingsperspectief. Ontwikkelingen waarmee onze partners, en iedereen met wie we samenwerken, aan de slag kunnen. Met zo’n vertaalslag wordt de trendanalyse meteen bruikbaar; beleidsmakers kunnen ermee prioriteren en keuzes onderbouwen.’

Een kerstboom met activiteiten

Het MRA-netwerk DIM gebruikt de trendanalyse om focus aan te brengen in de dagelijkse praktijk. Dat betekent dat alle activiteiten die vallen binnen de bundels Leren, Ontwikkelen en Doen te herleiden moeten zijn tot de trends die in de analyse staan. ‘Als zo’n nieuwe activiteit nergens landt, is dat een signaal’, zegt Pim. ‘We zien het trendrapport als een soort kerstboom waaraan al die activiteiten hangen. Sommige hangen laag en zijn daarmee sneller uit te voeren. Voor de uitvoering van andere activiteiten moeten we nog werk verzetten of zijn (voor nu) te hoog gegrepen.’

Hoe de analyse tot stand kwam

Blijft de vraag hoe je zo’n selectieproces vormgeeft. Daarvoor begon Goudappel dus met die brede blik: Martijn haalde samen met een aantal collega’s ontwikkelingen op uit diverse rapporten en bronnen over mobiliteit, selecteerde en bracht ze samen tot een consistent geheel. Dit resultaat scherpte hij vervolgens aan door gesprekken met anderen vanuit de regio en onderwierp het vervolgens aan een zogeheten ’sanity check’. Martijn: ‘We wilden de analyse spiegelen aan ontwikkelingen en studies uit de praktijk van de gemeenten en provincie: waar zijn zij al mee bezig, wat mist er en wat vraagt om aanvulling?’ Het resultaat van die sanity check legde hij vervolgens voor aan het kernteam van MRA-netwerk DIM om de vertaling te maken naar de activiteiten. Martijn: ‘De kernvraag tijdens deze fase was steeds: past dit bij de opgaven van het netwerk: een multimodaal mobiliteitssysteem realiseren. En belangrijk: is er sprake van dat handelingsperspectief? Daarnaast helpt tijd: wat speelt nu, wat komt er binnen twee tot vijf jaar? Soms is iets relevant, maar nog niet het moment om op te pakken. Of iets is wel interessant maar wordt het al ergens opgepakt. Een voorbeeld: autonoom vervoer is ontzettend actueel en interessant. Maar de provincie Noord-Holland doet daar momenteel een pilot mee. Dus beter even wachten op die resultaten en daar vervolgens op reageren.’

De resultaten

Wat de trendanalyse laat zien is dat het MRA-netwerk DIM in grote lijnen op de juiste koers zit, maar scherper kan kiezen en een paar thema’s nadrukkelijker kan agenderen. Er zijn bijvoorbeeld trends die direct raken aan de manier waarop gemeenten sturen op het mobiliteitssysteem. Denk aan datadeling en digitalisering, mede aangejaagd door Europa (ITS-richtlijn). Dat vraagt om keuzes: ga je dat nu al voorbereiden, of wacht je tot nationale vertaling concreter is? Daar hebben we een soort van keuzes in gemaakt: wat wel, wat niet, wat nu, wat later? Om het concreet te maken.’

Verder zegt Martijn dat we het gebruik van AI in de gaten moeten houden. Niet alleen vanwege de techniek, maar vooral vanwege het tempo en de impact die het kan hebben op gemeentelijke processen. ‘Ik zie bijvoorbeeld kansen in de ontwikkeling van data-dashboards die helpen bij het sneller en gerichter beantwoorden van beleidsvragen. De Gemeente Almere is bezig om zo’n AI-dashboard te ontwikkelen. Ik denk dat daar mooie kansen liggen.’

Geen radicale draai dus voor het netwerk voor de komende periode, maar een kwestie van scherper prioriteren. Pim: ‘De grote lijn waar we afgelopen jaar op ingezet hebben blijft dus overeind: werken aan een multimodaal mobiliteitssysteem (of STOMP-principe), met aandacht voor wat werkt in verschillende typen gemeenten. Daarbij gaat het zeker niet om één modaliteit weg te drukken, maar om duurzame alternatieven beter maken en beter onderbouwen, zodat dit soort keuzes logischer worden.’

Van analyse naar actie: kiezen, bundelen, doorontwikkelen

De trendanalyse blijft niet op papier. DIM werkt de komende periode verder aan een update van het gebundelde activiteitenoverzicht: wat voegen we samen, wat is nieuw, wat komt op de wensenlijst, en wat doen we bewust níet. Pim: ‘Want ook waar we niet op inzetten is belangrijk. Het gaat echt om keuzes maken, omdat er zoveel gebeurt. En dat hebben we met dit rapport echt gedaan.’