De Koplopersgroep: samen leren, samen versnellen
Hoe zorg je ervoor dat kennis en praktijkervaring uit gemeenten niet op zichzelf blijven staan, maar de hele regio verder kunnen helpen? Precies daarvoor heeft het MRA-netwerk Digitalisering en Innovatie in Mobiliteit (DIM) de Koplopersgroep in het leven geroepen: een aantal gemeenten dat actief meedenkt over mobiliteitsvraagstukken, ervaringen deelt en helpt om activiteiten van het netwerk beter te laten aansluiten op de praktijk. Op 28 januari vond de vierde bijeenkomst plaats waar de deelnemers hun jaarplannen aan elkaar presenteerden.
Gemeenten staan voor grote opgaven rond woningbouw, leefbaarheid, duurzaamheid en bereikbaarheid. Veel gemeenten werken daarbij vanuit het multimodale STOMP-principe als richtinggevende systematiek. In de praktijk blijkt echter dat die koers niet altijd makkelijk te vertalen is naar uitvoering en bestuurlijke keuzes. Door samen te bepalen wat er nodig is om multimodaal vervoer volwaardig mee te nemen in mobiliteitsbeleid, kan het MRA-netwerk DIM daar beter op inspelen.
Plannen delen leidt tot samenwerking
Tijdens de sessie van 28 januari werd dat snel duidelijk. Gemeenten deelden hun beleids- en uitvoeringsplannen voor 2026 en verkenden samen welke onderwerpen zich lenen voor samenwerking met het netwerk. Daaruit kwam een herkenbaar beeld naar voren: gemeenten zoeken vooral praktische, data-gedreven ondersteuning bij multimodale keuzes. Hoe onderbouw je alternatieven voor de auto? Hoe voer je het gesprek over parkeren en gebiedsontwikkeling? En hoe krijg je beter zicht op gedragsverandering en doelgroepen? Kortom, veel gemeenten hebben behoefte hebben aan data die helpt om een begrijpelijk en overtuigend verhaal te vertellen, richting bestuur, raad en samenleving. Onderwerpen die ze samen met het MRA-netwerk DIM kunnen oppakken.
Richting geven aan activiteiten
Vanuit het MRA-netwerk DIM zijn procesmanager Pim Stevens en adviseur data en digitalisering Michiel Prak betrokken. Volgens hen is de Koplopersgroep meer dan een overlegtafel. ‘Het is een plek waar gemeenten samen verkennen wat er speelt, waar kansen liggen voor regionale samenwerking en welke onderwerpen zich daarvoor lenen’, zegt Michiel.
Meer dan alleen de partners
Een belangrijke keuze van het MRA-netwerk DIM is dat niet alleen partnergemeenten deelnemen. Ook andere gemeenten uit de regio worden betrokken, zodat het beeld breder en realistischer wordt. Pim zegt daarover: ‘Die bredere samenstelling is belangrijk, omdat de praktijk per gemeente sterk verschilt. Wat in de ene gemeente werkt, past niet automatisch binnen een andere context. Politieke keuzes, schaalgrootte, beschikbare capaciteit en lokale mobiliteitspatronen lopen uiteen. Door verschillende gemeenten aan tafel te hebben, ontstaat een rijker beeld van wat overdraagbaar is en waar maatwerk nodig blijft.’
Leren van praktijkvoorbeelden
Die brede groep bestaat uit Amstelveen, Uithoorn, Zaandam, Hilversum, Purmerend, Alkmaar, Lelystad, Haarlemmermeer en Haarlem. Allemaal gemeenten die actief willen meedenken en ervaringen willen delen met andere gemeenten. Zo sloot Wilko Wieffering, strategisch adviseur Mobiliteit bij de gemeente Amstelveen, aan vanuit nieuwsgierigheid en betrokkenheid bij het thema. Zijn eerste indruk was positief: ‘Ik vond die bijeenkomst goed. Je merkt dat er nog gezocht wordt, maar in zo’n zoektocht liggen volgens mij ook kansen.’ Voor Arnout Zaal, programmamanager Mobiliteit bij de gemeente Hilversum, draait deelname niet alleen om inspiratie, maar vooral om concrete kennisdeling: ‘Ik wil voornamelijk best practices en innovaties neerleggen, zodat andere gemeenten kunnen zien: zo kan het dus ook.’
De Koplopersgroep gedijt bij de inbreng van praktijkvoorbeelden waar anderen van kunnen leren. Zo noemt Wilko een aanpak om het gebruik van de e-bike voor woon-werkverkeer te stimuleren. Veel korte autoritten blijken in Amstelveen prima te vervangen door de fiets of e-bike. Om bewoners dat te laten ervaren, kunnen zij twee weken een elektrische fiets of bakfiets gratis uitproberen. Dat maakt gedragsverandering concreet en laagdrempelig. Wilko: ‘Maar liefst 25 procent van de deelnemers laat na die proefperiode vaker de auto staan.’
Duidelijke rol voor het MRA-netwerk DIM
Arnout bracht een innovatief voorbeeld in rond verkeersveiligheid: het meten van bijna-ongevallen met camera’s en slimme software. Daardoor kun je niet alleen kijken naar plekken waar ongelukken zijn gebeurd, maar ook naar situaties waar het bijna misgaat. ‘Zulke inzichten helpen gemeenten om verkeersveiligheid slimmer en meer datagedreven aan te pakken’, zegt hij. Waarbij hij opmerkt dat de kracht niet alleen in het delen van voorbeelden zit, maar vooral in het vertalen ervan naar andere gemeenten: ‘Wat in een grote gemeente werkt, is niet per se geschikt voor een kleine(re). Daarom moet je voorbeelden concreet maken en dat vereist maatwerk.’ In die vertaling ziet Arnout een duidelijke rol voor het MRA-netwerk DIM weggelegd.
Prima buit
De sessie van januari leverde input op voor activiteiten in 2026. De Koplopersgroep zou graag datagedreven STOMP-pilots, gezamenlijke verkenning van data en leveranciers en het opstellen van een multimodale STOMP-leidraad met praktijkervaringen en bruikbare databronnen terugzien in het jaarplan 2026 van het MRA-netwerk DIM.[MP1] ‘Een prima buit’, aldus Pim. ‘De groep helpt het ons om scherper te kiezen, beter aan te sluiten op de gemeentelijke praktijk en samen met hen producten te ontwikkelen die echt bruikbaar zijn voor hun mobiliteitsopgaven.’
De Koplopersgroep maakt duidelijk waar het MRA-netwerk DIM voor staat: niet alleen kennis verzamelen, maar die ook samen ontwikkelen en toepasbaar maken voor specifieke behoeften van gemeenten. Of zoals Michiel het samenvat: ‘Met dit soort initiatieven zorgen we dat de processen en de producten die we opstellen zo goed mogelijk aansluiten bij de belevingswereld van de eindgebruikers.’
De activiteiten waarmee MRA-netwerk DIM vanaf april 2026 aan de slag gaat, zijn inmiddels bekend. Met de kopgroepgemeenten wordt nu bepaald aan welke activiteiten ze willen deelnemen en een actieve bijdrage gaan leveren.