Nieuwe leidraad: Design thinking voor slimme mobiliteit

Datum: 03 mrt 2026 Auteur: Irma Puma

In de mobiliteitssector werken we zelden aan simpele puzzels. We bouwen aan een mobiliteitstransitie, terwijl ook opgaven voor leefbaarheid, veiligheid en CO₂-reductie op ons afkomen. Smart mobility biedt kansen, maar roept ook vragen op als: waar begin je, met wie, en hoe maak je van een groot onzeker vergezicht een concreet traject dat echt werkt? Design thinking biedt een praktische aanpak om daar structuur aan te geven. In de leidraad Design thinking voor slimme mobiliteit van de MRA kun je leren hoe dat werkt: stap voor stap toewerken naar oplossingen.

MRA-netwerk DIM werkt al langer met design thinking, omdat veel data- en digitaliseringsvraagstukken in mobiliteit per definitie onzeker zijn. En omdat we daarmee over een hele grote en onzekere oplossingsruimte beschikken waar het moeilijk is om door de bomen het bos te zien. De nieuwe leidraad biedt bij dit soort situaties structuur: samen leren en in korte stappen naar oplossingen toe werken, zonder meteen vast te lopen in te vroeg gekozen oplossingen.

Wat is design thinking?

Maar wat is design thinking precies? In de leidraad lezen we: Design thinking is een methode voor integrale probleemoplossing die professionals helpt om met een diverse groep stakeholders (denk bewoners tot technologieontwikkelaars en beleidsmakers) samen te werken aan transitievraagstukken. Belevingsonderzoeker Liesbeth Stam van adviesbureau Goudappel – dat momenteel samenwerkt aan de activiteiten van MRA-netwerk DIM – vult aan: ‘We benaderen vraagstukken altijd vanuit het dagelijks leven van mensen die het betreffende probleem ervaren en de context waarin zij keuzes maken. Het uitgangspunt daarbij is dat oplossingen pas echt werken als je snapt hoe de echte wereld zich gedraagt en waar behoefte aan is.’

Design thinking is vooral waardevol als de opgave complex is, domeinoverstijgend en nog niet scherp afgebakend

‘Bij dat proces werk je niet vanuit een sterke probleemafbakening naar één oplossing , maar maak je bewust ruimte voor verkenning, verschillende perspectieven en experiment’, legt onze eigen adviseur Data en Digitalisering Michiel Prak uit. ‘Nieuwe ideeën worden in een vroeg stadium getoetst en bijgesteld. Een iteratieve aanpak waarbij je iets maakt in een eenvoudige vorm, dat test met gebruikers en vervolgens verbetert en aanscherpt. Groot denken en klein doen noemen we dat.’

Voor wie is het interessant?

Design thinking is vooral waardevol als de opgave complex is, domeinoverstijgend en nog niet scherp afgebakend. De leidraad schetst precies die situatie voor smart mobility: er is samenhang met wonen, economie en brede welvaart, er is verdeeld handelingsvermogen en de vraag ‘Waar begin je?’ is vaak lastig te beantwoorden. De aanpak past daarom goed bij partijen die werken in een sector waarin veel in beweging is en het eindbeeld niet vaststaat. Denk aan overheden, vervoerders, marktpartijen en kennisinstellingen die aan mobiliteitstransities werken, en daarbij afhankelijk zijn van samenwerking en draagvlak.
Michiel: ‘Het echte probleem moet als het ware nog bepaald worden. Om vervolgens te verkennen welke oplossingsrichtingen kansrijk zijn. Design thinking is dan ook niet bedoeld voor elke situatie. Als de probleemdefinitie al vaststaat en de oplossingsroute helder is, kun je vaak efficiënter met andere werkvormen werken.’

Hoe het werkt

Een veelgebruikt visueel hulpmiddel om design thinking uit te leggen is de Double Diamond. Dit model laat zien hoe je in een ontwerpproces afwisselend breed verkent (divergeren) en daarna scherp kiest (convergeren). Het proces bestaat uit vier fasen: onderzoeken, definiëren, ideeën vormen en testen.

De Double Diamond laat zien hoe je in een ontwerpproces afwisselend breed verkent en daarna scherp kiest

– In de onderzoeksfase draait alles om het begrijpen van het probleem vanuit de leefwereld van alle betrokkenen. Je bekijkt het probleem vanuit verschillende perspectieven, van strategisch beleid tot de dagelijkse praktijk van bewoners, maar ook van monteurs of softwarebeheerders. Door over de grenzen van je eigen vakgebied heen te kijken, voorkom je dat er oplossingen ontstaan die in de werkelijkheid niet blijken te werken. Deze brede blik maakt een integrale aanpak mogelijk, waarbij oplossingen echt aansluiten bij de dagelijkse leefwereld.

– Daarna volgt de definieerfase: focus aanbrengen en keuzes maken. Wat is precies het probleem dat je wilt oplossen? Dit doe je met een een divers team van professionals, beleidsmakers, data-experts, etc. Vanuit een scherpe focus formuleert dat team een duidelijke ontwerpuitdaging. Liesbeth benadrukt: ‘Het is echt belangrijk om heel goed af te bakenen; je moet voorkomen dat de opgave te groot wordt en je te veel gaat oplossen. Dat gaat ten koste van het resultaat.’

– In de fase ideeën vormen proberen de teamleden bewust niet te blijven hangen bij de eerste logische oplossing; verder zoeken en omdenken leidt vaak tot nieuwe en betere ideeën. Kansrijke richtingen werk je vervolgens uit in eenvoudige prototypes, zoals schetsen, storyboards of flowcharts. Deze eenvoudige prototypes helpen om ideeën vroeg in het proces te toetsen.

– Tot slot is er de testfase waarbij je kansrijke prototypes toetst bij eindgebruikers en bij het bredere netwerk. Een oplossing heeft namelijk gevolgen voor werkprocessen, beleid en andere partijen. Michiel: ‘Met korte rondes van bouwen, testen en leren stuur je bij. Zo voorkom je dat je twee jaar bouwt om pas bij oplevering te ontdekken dat het anders uitpakt.’ Praktische vuistregel is dat je met vijf gebruikerstesten al veel belangrijke inzichten kunt ophalen. Pas als herhaalde testrondes laten zien dat een oplossing effectief én uitvoerbaar is, wordt het logisch om verder te investeren en op te schalen.’

Zelf aan de slag met design thinking?

Werk je aan complexe opgaves in de mobiliteitssector en wil je design thinking inzetten voor jouw vraagstuk? Dan kun je de hulp van MRA-netwerk DIM inschakelen. Wij helpen je om de werkvorm van de Leidraad Design thinking voor slimme mobiliteit te vertalen naar jouw praktijk. Design thinking vraagt tijd, aandacht en een goede begeleiding. Als je zonder zorgvuldigheid allerlei partijen betrekt, kan dat het proces vertragen met een minder kansrijke uitkomst.

Lees hier meer over de leidraad of download hem hier.

Voorbeeld: van fietsveiligheid naar remdata

Bij een data sprint rond remdata en fietsveiligheid (2024) konden we zien hoe design thinking in de praktijk werkt:
1.         Onderzoeksfase – In deze casus begon de vraag bij fietsveiligheid. Om een beter beeld te vormen van veiligheid van fietsers keek een onderzoeksteam bewust breder dan alleen naar fysieke infrastructuurkenmerken of ongevallendata. Het ging óók om de ervaring van fietsers: plekken waar je extra alert bent, omdat een kruising onoverzichtelijk is of omdat je je niet veilig voelt, relaties met andere weggebruikers. Door die mensgerichte blik ontstond er begrip voor het echte probleem.
2.         Definieerfase – Hier werd de opgave aangescherpt: Hoe kom je erachter of een plek waar auto’s en fietsen elkaar kruisen, gevaarlijk is voor fietsers? Vanuit die focus konden we een duidelijke ontwerpvraag formuleren: Hoe kunnen we risicoplekken voor fietsers eerder signaleren, zodat we gericht maatregelen kunnen nemen?
3.         Ideeën vormen – Hier vindt het ‘omdenken’ plaats. Michiel: ‘Van fietsers is nog niet zoveel data beschikbaar om hier inzicht in te krijgen. Je zou fietsers of hun fietsen vol kunnen hangen met sensoren, maar de vraag is hoeveel mensen daartoe bereid zijn. Ook op basis van de fysieke infrastructuur is het best lastig zoiets te bepalen. Dus moesten we nadenken over alternatieve bronnen.’ Zo kwam data uit de software van motorvoertuigen in beeld. Plekken waar auto’s vaak hard remmen (noodstops maken), kunnen aanwijzing zijn voor situaties die ook voor fietsers risicovol zijn. Dat soort data wordt door veel moderne auto’s standaard opgeslagen. Door clusters van hardremmingen te identificeren bij plekken waar fietspaden autowegen kruisen, ontstond vervolgens een beeld van locaties waar mogelijke risico’s zitten.

‘De bereidheid van de ANWB om in ons prototype te investeren, is de belangrijkste bevestiging van dat we in het doorlopen van de fases de juiste afwegingen hebben gemaakt.’

4.         Testfase: het team bouwde een eerste versie van een analysetool, zodat het idee snel in de praktijk kon worden getoetst. Die aanpak leverde niet alleen inzicht op, maar ook interesse van buitenaf. Na succesvolle tests nam de ANWB contact op. Michiel vertelt: ‘De ANWB heeft zich gemeld en wil met onze tool aan de slag. Samen gaan we nu ons concept opschalen. ‘De bereidheid van de ANWB in ons prototype te investeren, is de belangrijkste bevestiging van dat we in het doorlopen van de fases de juiste afwegingen hebben gemaakt.’